Pestprotocol…Plagen en pesten, wat is daar het verschil tussen?      

 We spreken over plagen wanneer kinderen min of meer aan elkaar gewaagd zijn en het vertoonde gedrag een uitnodigend karakter heeft om iets terug te geven vanuit een onschuldige sfeer. Er is sprake van een pedagogische waarde: door elkaar eens uit te dagen leren kinderen heel goed om met allerlei conflicten om te gaan. Dat is een vaardigheid die ze later in hun leven van pas komt bij conflicthantering, waar iedereen in zijn leven mee te maken krijgt. Het specifieke van pesten is gelegen in het bedreigende en vooral systematische karakter. We spreken van pestgedrag als de veiligheid van de omgeving van een kind wordt aangetast. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie. Bij dit echte pestgedrag zien we ook altijd de onderstaande rolverdeling terug bij een aantal betrokkenen. Onder cyberpesten verstaan we: kwetsende of bedreigende teksten bijvoorbeeld via chatprogramma’s als WhatsApp of Facebook. Men kan ook beledigende foto’s, video’s of persoonlijke gegevens van het slachtoffer op het internet of op sociaalnetwerksites plaatsen (cyberbaiting) zoals Facebook en Twitter. Op onze school wordt in de bovenbouw door Indigo over cyberpesten voorlichting gegeven en in de bovenbouw worden de lessen van het Nationaal Media Paspoort gevolgd om de leerlingen een houvast te geven in de digitale wereld. 

 

Signalen van pesten

Pesten kan het leven van het slachtoffer helemaal overhoopgooien. Kinderen die gepest worden, schamen zich vaak en durven er niet goed met anderen over te praten. Zelfs niet met hun ouders. Soms is uit signalen op te maken dat er iets aan de hand is.  

 

Mogelijke signalen zijn:  

  • Het kind heeft angst om naar school te gaan;  
  • Heeft weinig of geen vrienden;  
  • Vervalt in vroeger gedrag zoals weer in bed plassen of weer gaan duimen;  
  • Heeft last van concentratiestoornissen, waardoor de schoolprestaties achteruit gaan;  
  • Heeft vaak geen eetlust;  
  • Ze kunnen ineens veel ruzie gaan maken thuis 
  • Zomaar en regelmatig huilen om niets;  
  • Het kind heeft last hebben van buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid;  
  • Het kind heeft verdacht vaak kneuzingen, verwondingen en blauwe plekken;  
  • Hij⁄zij wordt niet uitgenodigd voor feestjes; 
  • Het kind fietst alleen naar school;  
  • Slaapt onrustig en droomt naar;  
  • Vraagt of steelt geld van de familie;  
  • Het kind neemt geen klasgenootjes (meer) mee naar huis.  

 

Uiteraard is deze lijst niet uitputtend. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen niet acceptabel zijn 

 

Pesten op de Kraal, hoe gaan wij hiermee om? 

 

De Kraal wil voor alle kinderen die de school bezoeken een veilige school zijn. Dit betekent dat de school expliciet een stelling neemt tegen pestgedrag en concrete maatregelen voorstelt bij voorkomend pestgedrag. 

 

UITGANGSPUNTEN PESTPROTOCOL  

 

  • Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat als een probleem op onze school zowel voor de kinderen (de gepeste kinderen, de pesters en de 'zwijgende' groep kinderen). 
  • De school heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd.  
  • Leerkrachten en overblijfouders moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten leerkrachten en overblijfouders duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag. De verantwoordelijkheid blijft te allen tijde liggen bij de leerkrachten.  
  • Wanneer pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, voert de school de uitgewerkte procedure uit.  
  • Dit pestprotocol wordt door het hele team, de kinderen en de MR vastgesteld.  
  • Wanneer het probleem niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van onze externe vertrouwenspersoon (Miek Roelse) de volgende stap. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en de directie/ IB  of het bevoegd gezag adviseren (bestuur) 
  • Verder kan indien gewenst door de ouders of de school het CJG worden geïnformeerd over de stappen die wij maken t.a.v. pestproblemen, maar ook in de preventie speelt de gemeente een ondersteunende, adviserende rol (zie preventieve lessen vanuit Indigo). 
  • Een periode van interventie wordt altijd afgesloten met een evaluatie op teamniveau. Zo kunnen we leren van de stappen die we maken. Belangrijk is hierbij om te bepalen wat werkt en wat aangepast dient te worden (dit in het kader van HGW).  

 

DE BELANGRIJKSTE REGELS VAN HET PESTEN LUIDEN  

Kinderen, ouders en school: Word er gepest, praat er dan thuis en op school over.  

Houd het niet geheim!!  

Samen zijn we verantwoordelijk voor de goede sfeer in de groep en op school  

Als je wilt dat een ander stopt met “iets”dat jij niet wilt, dan zeg je Stop. 

 

WAT DOEN WE ALS ER GEPEST WORDT: 

 

Stap 1  

Er eerst zelf (en samen) uit te komen volgens de ‘stopmethode’.  

Op het moment dat een van de leerlingen er niet uit komt heeft deze de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen. De leerkracht maakt vervolgens een afspraak met de leerlingen om er in een later stadium op terug te komen.  

Stap 2  

De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderend gesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen (win-winmethode) en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling van pesterijen en/of ruzies tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij consequenties). 

Stap 3  

Bij herhaaldelijke ruzie/ pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie bij consequenties). De ouders worden op de hoogte gebracht van het ruzie-pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing. Een kort verslag van dit gesprek met de gemaakte afspraken komt in het leerlingvolgsysteem (Esis) te staan van het betreffende kind.  

 

CONSEQUENTIES  

De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest (of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem melden), en vervolgens leveren stap 1 tot en met 3 geen positief resultaat op voor de gepeste. De leerkracht neemt dan duidelijk een stelling in. De aanpak is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn / haar gedrag, dit zijn opties behorend bij iedere fase:  

 

FASE 1  

  • Een of meerdere pauzes binnen blijven  
  • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn 
  • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of haar rol in het pestprobleem  
  • Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt 
  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde. 
  • Een gesprek met de ouders  

FASE 2  

  • Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties en eerdere gesprekken met ouders op niets uitgelopen zijn. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken. De school heeft alle activiteiten vastgelegd Esis en de school heeft al het mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem.  
  • De Intern Begeleider is bij het gesprek aanwezig.  

FASE 3  

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals het CJG. 
  • De Intern begeleider blijft betrokken en coördineert.  

FASE 4  

  • Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.  
  • De directie wordt ingeschakeld en coördineert.  

FASE 5  

  • In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.  
  • De directie initieert.  

 

 

DE BEGELEIDING  

Begeleiding van de gepeste leerling:  

  • Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.  
  • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten.  
  • Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.  
  • Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen.  
  • Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.  
  • Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.  
  • Kunnen we iets bedenken vanuit ‘Rots en Water’.  
  • Sterke kanten van de leerling benadrukken.  
  • Indien nodig een vertrouwenspersoon binnen de school aan het kind koppelen. 
  • Praten met de ouders van de gepeste leerling.  

 

Begeleiding van de pester:  

  • Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/ pesten  
  • Laten inzien wat het effect van zijn/ haar gedrag is voor de gepeste.  
  • Excuses aan laten bieden.  
  • Aanspreken vanuit de ‘Rots en Water’ gedachte.  
  • In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft.  
  • Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of een andere manier van gedrag aanleren.  
  •  Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?  
  • In overleg met de Intern Begeleider hulp inschakelen.  

 

Begeleiding van de andere kinderen van de groep  

  • De kinderen middels gesprekken bewust maken van de invloed die ze (kunnen) hebben ten aanzien van het voortbestaan of het stoppen van het pestgedrag. 
  • De kinderen aanspreken op de ‘Rots en Water’ elementen. 
  • De kinderen stimuleren om voor zichzelf op te komen.  
  • De kinderen stimuleren om voor een ander op te komen.  
  • De sterke kanten van de gepeste leerling benadrukken.  
  • Samen spelen en samen werken met het gepeste kind stimuleren door bijvoorbeeld voor de pauze een buitenspeelplan te maken.  
  • Kinderen aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor het behoud van een goede sfeer in de groep. 
  • Herhalen van de school- en groepsregels. 
  • Benadrukken dat kinderen verschillend mogen zijn.